Kantoor Kempen

T+ 32 14 54 68 43

Kantoor Mechelen

T+ 32 15 69 02 18

Kantoor Hasselt

T+ 32 11 36 09 71

Vermeulen

Nieuwsbrief 2019-7

1. Kantoornieuws

 

Steven Renette en Pieter-Jan Desmit geven voor Larcier te Leuven op 6 februari 2020 een seminarie “Medewerkers: belangrijkste kapitaal en achilleshiel van elk notariaat. Uitdagingen op vlak van personeelsbeheer”. U kan hier meer info vinden en inschrijven.

 

Ludo Vermeulen geeft op 12 december 2019 in Westerlo (Kamp C) een grondige opleiding over discriminatie in arbeidsrelaties voor het opleidingscentrum Escala. Komen ongetwijfeld aan bod: de hoofddoek op het werk, medische overmacht, anciënniteitsloonschalen, enzovoort. U vindt hier meer info en de mogelijkheid om in te schrijven.

 

 

2. Journalisten uit de wielen gereden

 

Op 26 november 2019 heeft de arbeidsrechtbank te Mechelen vonnis geveld in de zaak rond de beëindiging van de arbeidsovereenkomst die Wout Van Aert destijds had met wielerploeg Roompot-Charles. We hebben het vonnis nog niet gelezen maar de meeste sportjournalisten blijkbaar wel. Ze leveren er alleszins commentaar bij. Op sporza.be schrijft Christophe Vandegoor: "op basis van deze uitspraak kunnen renners een vertrouwensbreuk inroepen om hun contract te verbreken en naar een andere ploeg overstappen".

 

Dat is te kort door de bocht. Het zal niet voldoende zijn om een vertrouwensbreuk in te roepen. De renner die zijn contract verbreekt zal een dringende reden moeten bewijzen, nl. een zware tekortkoming van zijn werkgever die elke verdere samenwerking definitief en onmiddellijk onmogelijk maakt (zie artikel 35 Arbeidsovereenkomstenwet).

 

Een aantal media sprak en schreef over een vrijspraak. Op die slak zullen we maar geen zout leggen.

 

 

3. Rechtspraak  -  staking en uitzendkrachten

 

Hof van beroep Antwerpen 3 mei 2018, RABG – Rechtspraakoverzicht sociaal strafrecht, Larcier, 2019, 110.

 

Het hof spreekt Telenet vrij nadat die door het openbaar ministerie was vervolgd omdat zij uitzendkrachten had tewerkgesteld tijdens een nationale staking.

 

1. De wetgever laat het over aan de Nationale Arbeidsraad om bij cao “de na te leven procedure en de duur van de tijdelijke arbeid” te regelen “bij staking of lock-out bij de gebruiker”. (zie artikel 1, § 5 Uitzendarbeidwet). Artikel 19 Cao nr. 108 bepaalt: “Een uitzendbureau mag geen uitzendkrachten bij een gebruiker tewerkstellen of aan het werk houden in geval van staking of lock-out.” Een kommaneuker zou hier kunnen opwerpen dat de NAR daarmee niet “de na te leven procedure en de duur” van de uitzendarbeid regelt, maar de uitzendarbeid verbiedt zodat hij verder gaat dan de wet hem toelaat. Van het begrip ‘staking’ wordt ook geen definitie gegeven. Is de deelname van één werknemer aan een nationale staking voldoende voor een verbod op de tewerkstelling van uitzendkrachten in de ganse onderneming? In het hier besproken arrest geeft het hof van beroep er dan maar een eigen definitie aan, zij het dat die inspiratie vond in bepaalde rechtsleer.

 

Op de website van de FOD WASO leest men: “Dit verbod geldt evenwel slechts per vestiging en per personeelscategorie.”   Dat staat dan weer niet in de cao…

 

De bedoeling van het verbod is uiteraard te verhinderen dat een staking wordt gebroken door de inzet van uitzendkrachten.

 

Naar aanleiding van de oktoberstakingen van het ABVV tegen het generatiepact verbood de voorzitter van de arbeidsrechtbank te Brussel (op eenzijdig verzoek van de vakbond!) een werkgever om uitzendkrachten te werk te stellen op 7 oktober 2005, zijnde de dag van het vonnis. Het ging om een algemeen verbod dat geen rekening hield met vestigingen of personeelscategorieën.

 

2. Op 15 december 2014 organiseerden de vakbonden over het ganse land stakingen en andere acties tegen de besparingsmaatregelen van de regering. De vakbondsafvaardiging bij Telenet bekloeg zich bij de sociale inspectie over het feit dat bij Telenet op die stakingsdag 40 uitzendkrachten aan het werk waren. Hoewel het hof dat niet expliciet vermeldt, zullen ook Telenet-werknemers gestaakt hebben op die dag, anders zou er geen probleem geweest zijn rond de inzet van de uitzendkrachten.

 

3.  De arbeidsauditeur dagvaardde Telenet, drie van haar directeurs en het uitzendkantoor voor de correctionele rechtbank wegens inbreuk op de Uitzendarbeidwet en de cao nr. 108 van de Nationale Arbeidsraad. Die inbreuk wordt strafbaar gesteld door artikel 176, § 2, 1° en § 3,

 

1° Sociaal Strafwetboek met sancties van niveau 2, zijnde een strafrechtelijke boete van 400 tot 4.000 euro (te vermenigvuldigen met het aantal betrokken uitzendkrachten).

 

De rechtbank wees de vordering van de auditeur af waarop het beroep volgde. Het hof sprak in het arrest van 3 mei 2018 alle beklaagden vrij.

 

4. Uit de beslissing van het hof kunnen we een aantal belangrijke lessen leren.

 

(i) Het uitzendkantoor en zijn lasthebbers en aangestelden zijn strafbaar wanneer zij uitzendkrachten ter beschikking stellen of aan het werk houden in geval van staking of lock-out. De gebruiker, zijn lasthebbers en aangestelden zijn strafbaar wanneer zij in dat geval uitzendkrachten doen werken. Dat oordeel is niet echt verrassend.

 

(ii) Volgens het hof is “staken” te definiëren als “het opzettelijk tijdelijk niet-verrichten van de bedongen arbeid door een aanmerkelijke groep van personen in een dienstbetrekking, als dwangmiddel ter bereiking van een bepaald doel in het kader van sociaaleconomische belangen”. Het onderzoek van de inspectie was zeer summier. Zij stelde niet vast of de nationale actiedag gevolgen had voor de activiteit binnen de onderneming (van Telenet) en er (binnen die onderneming) sprake was van een staking in die zin.

 

Verder bestaat de ratio legis van het tewerkstellingsverbod erin dat men wil voorkomen dat bij de gebruiker stakingsacties van vaste werknemers zouden worden gebroken door hen te vervangen door uitzendkrachten, zodat het productieverlies als gevolg van de staking zou worden opgevangen door uitzendkrachten.

 

De inspectie had niet onderzocht tot welke beroepscategorieën de stakers en de uitzendkrachten behoorden en in welke afdelingen zij werden tewerkgesteld. De aard van het werk in de betrokken afdelingen was evenmin onderzocht.

 

Het hof kwam dan tot de conclusie dat niet was bewezen dat de inzet van de uitzendkrachten de bedoeling had om een staking in het bedrijf te “breken”.

 

5. Het hof zegt daar niets over maar men kan zich afvragen door wie en in welke mate de belangen van de uitzendkrachten bewaakt worden. Volgens de letter van de cao (en in de visie van de inspectie, van het arbeidsauditoraat in de Telenet-zaak en de voorzitter van de arbeidsrechtbank te Brussel) is het de werkgever verboden om ook maar één uitzendkracht te werk te stellen wanneer ook maar één vaste werknemer staakt, ook al is dat in het kader van acties tegen regeringsmaat­regelen, waar de werkgever totaal buiten staat. Dat betekent dan wel dat al die uitzendkrachten die dag(en) zonder werk zitten en zonder loon. Zij hebben enkel recht op een werkloosheidsuitkering indien het beheerscomité van de RVA van oordeel is dat de uitzendkracht geen belang heeft bij de staking (zie artikel 73 Werkloosheidsbesluit). En zowel bij de oktoberstakingen van 2005 als bij de nationale stakingen van december 2014 hadden de uitzendkrachten belang bij het “succes” van de staking. Bovendien zetelen ook de vakbonden in dat beheerscomité… In de regel geen werkloos­heids­uitkeringen dus.

 

De uitzendkracht heeft dus geen werk en geen loon noch enige andere vergoeding.

 

6. Eigenlijk is het een schande dat de “strafwet” niet duidelijker is.

 

 

Ludo Vermeulen, advocaat-vennoot

ludo.vermeulen@mploy.be

 

 

4. Rechtspraak  -  vakbond en rechtspersoonlijkheid

 

Kamer van Inbeschuldigingstelling Brussel 5 maart 2018, niet gepubliceerd.

 

Het gebrek aan rechtspersoonlijkheid van de vakbond : een mes dat maar aan één kant snijdt ?

 

1. Enkele jaren geleden werd een medewerkster van een ACV-kantoor te Diest op haar werk dodelijk getroffen bij een schietincident. De Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI) te Brussel moest zich in een arrest van 5 maart 2018 uitspreken over de vraag of de vakbondssecretaris van het ACV-arrondissement Leuven en de nationale voorzitter van het ACV zich burgerlijke partij konden stellen namens de respectievelijke ‘afdelingen’ van het ACV.

 

2. De vraag van beide mandatarissen is opmerkelijk te noemen. Het ACV en haar afdelingen vormen namelijk een feitelijke vereniging zonder rechtspersoonlijkheid. Zij kunnen enkel maar in rechte optreden in die gevallen die door de wet worden voorzien. Men spreekt in het jargon van de “beperkte actieve rechtspersoonlijkheid van de vakbond”. Deze wettelijk omschreven gevallen worden gekenmerkt door de ondersteunende rol die de vakbond speelt bij het opkomen voor de rechten van haar leden. Bij wijze van voorbeeld: wanneer een werkgever een cao niet naleeft, kan de vakbond naar de arbeidsrechtbank trekken om de naleving ervan af te dwingen (cfr. artikel 4 Cao-Wet). Om het kernachtig te verwoorden: de vakbond die naar de rechtbank trekt, treedt niet op voor zichzelf maar wel voor haar leden. Nochtans was dat in de zaak waarover de KI zich diende te buigen wél het geval: zowel ACV-nationaal als ACV-Leuven hielden voor zélf schade te hebben geleden en vorderden daarvoor een vergoeding.

 

3. De procureur des Konings – daarin gevolgd door de onderzoeksrechter - meende dat het verzoek van beide ACV-mandatarissen als manifest (sic) onontvankelijk moest worden afgewezen: de feitelijke vereniging namens wie beide mandatarissen optraden, bestond in rechte immers niet en kon bijgevolg dan ook geen schade lijden.

 

De KI zag dit anders: de vraag om zich burgerlijke partij te mogen stellen was niet onregelmatig. De KI vertrekt van het klassieke uitgangspunt: leden van een feitelijke vereniging die menen dat de vereniging schade heeft geleden moeten in principe gezamenlijk optreden om een schadevergoeding te kunnen vorderen. Echter, de leden van de feitelijke vereniging kunnen een lasthebber aanduiden om hun gezamenlijke belangen te vertegenwoordigen.

 

4. In deze zaak was het zo dat zowel de statuten van het ACV (nationaal) als die van het ACV-arrondissement Leuven bepaalden dat het bestuur van de vereniging toekwam aan het dagelijks bestuur. Dit hield volgens de KI in dat het dagelijks bestuur kon optreden namens de leden van de feitelijke vereniging. Het dagelijks bestuur van elk van de betrokken ACV-afdelingen had een lid gemandateerd om namens de leden van haar ACV-afdeling op te treden als burgerlijke partij. De verschillende leden van de betrokken ACV-afdelingen waren als dusdanig vertegenwoordigd. Voor de KI stond het gebrek aan rechtspersoonlijkheid van de vakbond er dan ook niet aan in de weg om een vordering tot burgerlijke partijstelling te kunnen inwilligen.

 

5. Met dit arrest rijst de vraag of deze redenering enkel in één zin opgaat dan wel ook in de omgekeerde zin. Kan een partij die schade heeft geleden door handelingen van een vakbond op basis van bovenstaande redenering ook een of meerdere leden van het dagelijks bestuur juridisch hiervoor ter verantwoording roepen ?  Tot dusver wordt deze vraag door de rechtsleer en rechtspraak meestal ontkennend beantwoord. Er is natuurlijk ook een verschil: alvorens de aangesproken leden van het dagelijks bestuur tot een schadevergoeding te kunnen veroordelen, moet hun een aantoonbare fout kunnen worden verweten die in een oorzakelijk verband staat met de berokkende schade. Dat zal bij bijvoorbeeld bij een uit de hand gelopen staking waartoe de vakbond heeft opgeroepen allerminst evident zijn.

 

Maar dat een vakbond wel kan optreden voor schade die ze lijdt maar de facto niet zou kunnen worden aangesproken voor de schade die in haar naam wordt veroorzaakt, wringt toch.

 

 

Pieter-Jan  Desmit, advocaat

pieter-jan.desmit@mploy.be

 

 

 

Stel uw vraag

 

En wij nemen zo snel mogelijk contact met u op

 

 

Webinars