Kantoor Kempen

T+ 32 14 54 68 43

Kantoor Mechelen

T+ 32 15 69 02 02

Kantoor Hasselt

T+ 32 11 36 09 71

Vermeulen

Nieuwsbrief 2018-4

1. Spitsuur HR - 9 oktober 2018 - Westerlo - 4Wings

 

Een feesteditie. Het zal immers exact vijf jaar geleden zijn dat het eerste Spitsuur HR plaatsvond. Noteer alvast de datum.

 

 

2. De kosten voor voeding en huisvesting van gedetacheerde bouwvakkers

 

Het uitgangspunt bij detachering is gekend: een buitenlandse werkgever die in België werknemers tewerkstelt, moet de “harde kern”- bepalingen van het Belgisch arbeidsrecht respecteren.  De “harde kern”- bepalingen zijn de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden waarvan de naleving strafrechtelijk wordt beteugeld.  Indien aangenomen wordt dat anno 2018 het niet naleven van algemeen verbindend verklaarde cao’s strafrechtelijk wordt beteugeld –  dit is op zich al een discussie waard nu artikel 189 van het Sociaal Strafwetboek schendingen hiervan enkel bestraft met een sanctie van niveau 1, d.w.z.  een administratieve geldboete  … –  betekent dit dat de detacherende werkgever deze cao’s moet naleven van de sector waarin hij in België actief is.

 

2.1. In de schoot van het Paritair Comité nr. 124 voor het Bouwbedrijf werd op 12 juni 2014 een cao afgesloten met als hoofding “arbeidsvoorwaarden”.  Deze - algemeen verbindend verklaarde - cao voorziet o.m. in de verplichting voor de werkgever om de werknemer die werkzaam is op een werkplaats die zo ver van zijn woonplaats verwijderd is dat hij onmogelijk dagelijks naar huis kan terugkeren, naar behoren “kost” (sic) en huisvesting te verstrekken. Indien hij daar niet zelf voor zorgt, is de werkgever de werknemer een vergoeding verschuldigd die respectievelijk 27,16 euro voor kost en  12,89 euro voor huisvesting bedraagt. Deze vergoedingen zijn volgens de cao verschuldigd per werkdag.

 

Het lijdt weinig twijfel dat de werkplaats van gedetacheerde werknemers zo ver van hun woonplaats verwijderd is dat zij onmogelijk dagelijks naar huis kunnen terugkeren.  Dat betekent dat de buitenlandse werkgever hen krachtens de cao “naar behoren kost en huisvesting” moet verstrekken dan wel hen de compenserende vergoeding moet betalen.  

 

2.2. De werkgever kan er volgens de cao voor kiezen om zelf in staan voor de kost en huisvesting van de gedetacheerde werknemers.  De kost en huisvesting moeten volgens de tekst van de cao “naar behoren” zijn. Hoe er kan worden uitgemaakt of dit het geval is, wordt in de cao niet verduidelijkt. Voor wat de huisvesting betreft, gebeurt het wel eens dat de sociale inspectiediensten hiervoor de collega’s van de (Vlaamse) woninginspectie inschakelen. Of het FAVV ooit werd ingeschakeld om de kwaliteit van de voeding na te gaan, is ons niet bekend. De kwaliteitstoets van de kost gebeurt meestal aan de hand van de aankoopbewijzen van de voedingsmiddelen die de werkgever voorlegt.  

 

2.3. Indien aangenomen wordt dat de verplichtingen die algemeen verbindend verklaarde cao’s opleggen strafrechtelijk worden beteugeld, maakt het verstrekken van kost en huisvesting door werkgevers in de bouwsector een wettelijke verplichting uit: de werkgever moet dit doen want anders dreigt een administratieve geldboete.

 

Het gaat dus niet op om de overeenstemmende gebruikswaarde van de huisvesting en kost toe te voegen aan het buitenlandse  loon om dit op deze manier op te krikken opdat de som van al deze onderdelen de vergelijkingstoets met het Belgische loon doorstaat.  Het verstrekken van kost en huisvesting komt met andere woorden bovenop het te betalen loon en dus niet “in de plaats” ervan.

 

2.4. Bijzondere aandacht verdienen de kostenvergoedingen die buitenlandse werkgevers aan gedetacheerde werknemers verschuldigd zijn op basis van de wetgeving van het thuisland.  Zo hebben Poolse werknemers tijdens de duur van hun detachering recht op een dagvergoeding (“diety”). Van deze dagvergoeding wordt aangenomen dat ze in hoofdzaak bestemd is om de maaltijdkosten en andere kleine uitgaven te dekken. Het betreft een forfaitair bedrag waarop er in Polen geen socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn. De hoogte van het bedrag varieert in functie van het land van bestemming. Voor België bedraagt dit € 48 per dag.

 

Poolse bouwvakkers die naar België worden gedetacheerd en die daarnaast de compenserende vergoeding voor kost uit de cao ontvangen, doen in theorie een goede zaak: zij houden hier zo immers 20,84 euro per dag aan over (48 – 27,16 euro). De Belgische sociale inspectiediensten lijken te aanvaarden dat dit verschil effectief een beloning uitmaakt voor de Poolse werknemer dat mag worden toegevoegd aan zijn loon in het kader van de door te voeren loonvergelijking. 

 

Daartegenover staat wel dat de Belgische inspecteurs hun Poolse collega’s dan wellicht zullen informeren over het feit dat de gedetacheerde werknemer in België al op een maaltijdvergoeding kon rekenen wat dan op zijn beurt in Polen aanleiding kan geven tot een onderzoek naar de vraag of de diety wel rechtmatig werd toegekend.

 

Steven RENETTE, advocaat-vennoot
steven.renette@mploy.be

 

 

3.   Rechtspraak - de kennisgeving van de opzeg

 

Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout 26 maart 2018

 

Een opzeg opsturen via een koerier i.p.v. per aangetekende brief: kan dat? Nee, zegt de arbeidsrechtbank.

 

We hernemen even kort de principes.

 

Een opzeg door de werkgever kan maar geldig ter kennis gebracht worden aan de werknemer op 2 manieren: ofwel per aangetekende brief ofwel met een betekening door een gerechtsdeurwaarder.

 

In de meeste gevallen wordt een aangetekende brief verstuurd. De vraag is of die aangetekende brief per post moet gebeuren, of ook mag gebeuren via een koerierdienst. In de praktijk bieden koerier¬diensten inderdaad evenzeer garanties over de verzending en de opvolging ervan, vaak met een track-and-tracesysteem. Maar kan een opzegbrief worden verzonden via een koerierdienst? Concreet: een werkgever had de opzegbrief verstuurd via TNT Express, een pakketvervoerder opgericht in 2011, toen TNT N.V. werd opgesplitst in PostNL en TNT Express.

 

Neen, antwoordde de arbeidsrechtbank van Antwerpen, afdeling Turnhout in een vonnis van 26 maart 2018. De wet zegt uitdrukkelijk dat het moet gaan om een aangetekende brief, en tot 31 december 2018 heeft Bpost het “monopolie” inzake het versturen van aangetekende zendingen.

 

De rechtbank verwijst hier naar de wet van 26 januari 2018 betreffende de postdiensten. Het artikel 14 bepaalt dat Bpost de ‘universele dienst’, waaronder de diensten in verband met aangetekende zendingen (art. 15, 4°), tot 31 december 2018 verleent. Dezelfde wet voorziet ook een duidelijke definitie van de aangetekende zending: “een dienst die op forfaitaire basis tegen de risico's van verlies, diefstal of beschadiging waarborgt, waarbij de afzender, in voorkomend geval op zijn verzoek, een bewijs ontvangt van de datum van afgifte of van de bestelling van de postzending aan de geadresseerde” (art. 2, 9°).

 

Op basis van een beheerscontract gesloten met de Belgische Staat zal Bpost ook na 31 december 2018 deze universele dienst blijven verlenen tot 31 december 2023.

 

Alertheid blijft geboden, - ook in tijden waarin allerhande koerierdiensten garanties bieden m.b.t. de zending van goederen en brieven.

 

Dirk Heylen, advocaat-vennoot         Michiel Verheyen, advocaat
dirk.heylen@mploy.be                        michiel.verheyen@mploy.be

 

 

4. Rechtspraak - de verdeling van de gerechtskosten

 

De rechter moet de in het ongelijk gestelde partij veroordelen tot de gerechtskosten. Tenzij er een deskundig onderzoek is geweest, wat in geschillen tussen werkgever en werknemer zelden het geval zal zijn, gaat het dan vooral om de “rechtsplegingsvergoeding”. Dat is een door de wetgever forfaitair bepaald bedrag, afhankelijk van het bedrag van de vordering(en). Indien bijv. de werknemer een bedrag van 30.000 euro (bruto!) vordert, is die vergoeding 2.400 euro.  Bij een vordering van 110.000 euro is dat al 6.000 euro. In uitzonderlijke gevallen kan de rechter die “basisbedragen” verhogen of verlagen.

 

De kosten kunnen worden “omgeslagen” zeg maar verdeeld tussen partijen “zoals de rechter het raadzaam oordeelt, wanneer de partijen onderscheidenlijk omtrent enig geschilpunt in het ongelijk zijn gesteld” (artikel 1017 Ger.W.).

 

Die regel pakt dikwijls ongunstig uit voor de werkgever. Uiteraard is het meestal de werknemer die zijn ex-werkgever voor de rechter sleept en ontslag- en andere vergoedingen eist.

 

Enkele voorbeelden.

 

• Arbeidshof Antwerpen, afdeling Hasselt 15 november 2016: de werknemer vordert in het totaal (opzegvergoeding, vergoeding misbruik ontslagrecht, …) 105.782 euro en krijgt slechts 6.326 euro toegekend, zijnde zowat 6 % van zijn  vordering. Het hof veroordeelt de werkgever tot 25 % van de gerechtskosten en de werknemer tot 75 %. Het hof motiveert die verdeling niet.

 

• Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout 12 februari 2018: de werknemer vorderde in het totaal ongeveer 48.000 euro (opzegvergoeding, vergoeding kennelijk onredelijk ontslag, uitwinningsvergoeding, …) en krijgt uiteindelijk nog geen 1.500 euro (ecocheques en onterechte inhouding) toegekend. Dat is 3,12 %.  De rechtbank veroordeelt de werkgever tot één derde van de gerechtskosten en de werknemer tot twee derde. Voor die verdeling geeft de rechtbank geen redenen. Dat komt er op neer dat de werkgever (3.000 euro rpv x 2/3) – (3.000 euro rpv x 1/3) = 1.000 euro gerechtskosten betaald krijgt van de werknemer.  

 

• Arbeidsrechtbank Leuven 23 november 2017: de werknemer vorderde in het totaal meer dan 65.000 euro en krijgt uiteindelijk ongeveer 5.715 euro toegekend, nog geen 9 % van zijn vordering. De rechtbank veroordeelt iedere partij tot de helft van de kosten.

 

Ludo Vermeulen, advocaat-vennoot
ludo.vermeulen@mploy.be

 

Stel uw vraag

 

En wij nemen zo snel mogelijk contact met u op