Kantoor Kempen

T+ 32 14 54 68 43

Kantoor Mechelen

T+ 32 15 69 02 18

Kantoor Hasselt

T+ 32 11 36 09 71

Vermeulen

Nieuwsbrief 2019-3

1. Hugo Sinzheimer Moot Court 2019 – Universiteit Hasselt

 

Mploy advocaten sociaal recht is de fiere sponsor van de Hugo Sinzheimer Moot Court Competition 2019 die dit jaar plaatsvindt in Hasselt van 13 tot 15 juni.

 

De bedoeling van de HS MCC is het verdiepen en verbeteren van de kennis van het arbeidsrecht op Europees niveau.

 

Het onderwerp van de pleitwedstrijd dit jaar is “Collectief ontslag - raadplegingsverplichting.”

 

Er nemen teams deel van universiteiten uit Oostenrijk, België, Denemarken, Finland, Frankrijk, Georgië, Hongarije, Italië, Litouwen, Nederland, Polen en Portugal.

 

 

2. Opleiding: webinar mr. Ilse Van Puyvelde

 

Ilse Van Puyvelde geeft voor Lexalert op 20 mei 2019 van 12 tot 14 uur een webinar over “de aanpasbaarheid van de bedongen arbeid”. Zij zal onder meer ingaan op

 

• de mogelijkheden om de aanpasbaarheid/wijzigbaarheid van de arbeid contractueel te bedingen;
• de impact van andere rechtsbronnen, buiten de arbeidsovereenkomst, op de aanpasbaarheid van de bedongen arbeid
• de stilzwijgende wijziging van de arbeidsovereenkomst, de afstand van recht en hun gevolgen;
• de mogelijke reacties van de werknemer op een ongeoorloofde wijziging van de bedongen arbeid, de hieraan verbonden risico’s en de mogelijke gevolgen.

 

Het seminarie verloopt online – u volgt op kantoor via uw computer – en wordt georganiseerd door de juridische nieuwslijn Lexalert. Indien u het seminarie niet live kan volgen, stuurt Lexalert u achteraf per e-mail een opname toe.

Meer info vindt u hier.

 

De prijs voor deelname bedraagt 120 euro. Onze lezers kunnen gratis inschrijven. Gebruik waardeboncode 19MP08LO8Y en klik op BEVESTIG. Opgelet: het aantal lezers dat gratis kan inschrijven is door Lexalert beperkt. Wie eerst komt, eerst maalt.

 

 

3. Rechtspraak: cash-betaling van het loon

 

Arbeidshof Antwerpen 2 april 2019, niet gepubliceerd

 

Ondanks het feit dat de werkneemster erkent dat zij haar gewaarborgd loon cash heeft ontvangen, vordert zij alsnog betaling ervan. Het hof gaat op die vordering in en veroordeelt de werkgever tot (een tweede!) betaling van dat loon.

 

In onze vorige nieuwsbrief (2019 – 2) bespraken we onder meer een uitspraak van het arbeidshof Antwerpen van 15 januari 2019 over de contante betaling van loon. Het hof liet de werkgever toe om te bewijzen dat hij het loon wel degelijk had betaald ondanks het feit dat die betaling cash gebeurde. Hetzelfde hof, zij het anders samengesteld, heeft in een zeer recent arrest anders geoordeeld.

 

Mevrouw K. was arbeidsongeschikt wegens ziekte van 3 tot en met 22 januari 2017. Zij vordert daarvoor het gewaarborgd loon ten bedrage van 431,79 euro. Het hof stelt vast dat zij erkent dat bedrag cash te hebben ontvangen. Krachtens de wet moet de werkgever het loon in “giraal geld”, zeg maar met een overschrijving, betalen (artikel 5 Loonbeschermingswet), tenzij er een sectoraal gebruik is m.b.t. een betaling in cash. Dat gebruik moet op een specifieke wijze zijn geregeld (zie nieuwsbrieven 2017 – 4 en 2019 – 2). Dat is hier niet het geval. De sanctie op het niet naleven van artikel 5 is opgenomen in artikel 47bis Loonbeschermingswet: het loon wordt als niet-betaald beschouwd. Het hof veroordeelt de werkgever tot betaling van het gevorderde loon en voegt daaraan toe: “Het loutere feit dat mevrouw K. erkent het loon ontvangen te hebben en dat het loon ook in andere maanden van hand tot hand werd betaald, wijzigt dit niet. Te meer daar mevrouw K zelf aangeeft dat ze het vroeger betaalde loon dat van hand tot hand werd uitbetaald mogelijk nog wil vorderen.”

 

Ludo Vermeulen, advocaat-vennoot

ludo.vermeulen@mploy.be

 

 

4. Een onderzoek door de sociale inspectie:  niet tegenwerken, maar ook meewerken? (deel I)

 

De mate waarin een werkgever verplicht kan worden om mee te werken aan een onderzoek door de sociale inspectie voert, blijft een heikele kwestie. 

 

Twee beginselen komen hier met mekaar in conflict. Aan de ene kant is er het zgn. nemo tenetur beginsel dat, kort samengevat, inhoudt dat de overheid niemand kan dwingen om mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Het betreft hier een grondrecht dat verankerd ligt in een aantal mensenrechtelijke verdragen, o.a. het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Internationaal Verdrag voor Burgerlijke en Politiek Rechten (IVBP).  Aan de andere kant is er artikel 209 van het Sociaal Strafwetboek (SSW) dat het belemmeren van het toezicht door een sociaal inspecteur strafbaar stelt. Inbreuken op dit artikel worden bestraft met een sanctie van niveau 4, dit is de zwaarste sanctie in het sociaal strafrecht (gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en/of een strafrechtelijke geldboete van € 4.800 tot 48.000).  Overtredingen op artikel 209 SSW kennen ook de hoogste vervolgingsprioriteit.

 

Interpretatieproblemen stellen zich niet bij de duidelijke gevallen. Bijvoorbeeld: de werkgever die de weg versperde voor een sociaal inspecteur of, de urban legend die in Limburg de ronde doet, de werkgever die tijdens de controle nog snel een deel van het zwarte kasboek deed verdwijnen door het op te eten…

 

Minder anekdotisch wordt het wanneer de sociaal inspecteur de werkgever vraagt om hem bepaalde documenten voor te leggen (vb. loonbrieven, individuele rekeningen, facturen,…). Indien deze documenten belastende informatie bevatten die de basis kunnen vormen voor een strafrechtelijke veroordeling, rijst de vraag of de werkgever – in het licht van het nemo tenetur beginsel - verplicht kan worden om deze documenten mee delen en of hij, door hier niet op in te gaan, dan het toezicht belemmert (en bijgevolg artikel 209 SSW overtreedt).

 

In een arrest van 21 april 2015 oordeelde het Hof van Cassatie dat het bewust niet bezorgen van loondocumenten aan een sociaal inspecteur die hierom had verzocht, een inbreuk kan uitmaken op artikel 209 SSW. Recent toonde het Hof zich in een vergelijkbare zaak opvallend milder: volgens een arrest van 6 november 2018 kan uit het loutere niet opsturen van loonbrieven waarnaar door de sociaal inspecteur werd gevraagd, geen inbreuk op artikel 209 SSW worden afgeleid. 

 

Beide arresten lijken moeilijk met mekaar te rijmen:  in de twee gevallen betrof het een (buitenlandse) werkgever aan wie de inspectie sociale documenten had opgevraagd en in de twee gevallen werd hieraan geen gevolg gegeven. Nochtans is de uitkomst anders. Wat intrigeert, is dat er in randnummer 6 van het arrest van 2018 gesteld wordt dat het “louter weigeren” (sic) om sociale documenten te bezorgen aan de sociaal inspecteurs, géén belemmering van toezicht vormt als bedoeld door artikel 209 SSW. Zo geformuleerd laat dit veronderstellen dat er voor het Hof verschillende “gradaties” van weigeren bestaan die bepalend zijn om tot de schuldigverklaring aan artikel 209 SSW te kunnen besluiten. Wij kenden tot voor dit arrest maar één vorm van weigeren: ofwel weigerde men om iets te doen ofwel niet.  

 

Dat de werkgever de sociaal inspecteur niet mag tegenwerken is één zaak maar of dit ook inhoudt dat hij aan het onderzoek moet meewerken, is een andere kwestie. Het is hier dat het nemo tenetur beginsel voor wrijving zorgt.

 

De rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) maakt in dit verband een onderscheid tussen zogenaamd wilsafhankelijk en wilsonafhankelijk bewijsmateriaal. Het nemo tenetur beginsel kan enkel worden ingeroepen voor bewijsmateriaal dat bestaat afhankelijk van de wil van de verdachte.  Een typevoorbeeld hiervan is de bekentenis: of een bekentenis al dan niet wordt afgelegd, is uitsluitend afhankelijk van de wil van de verdachte. Het nemo auditur beginsel verbiedt dat een verdachte kan worden gedwongen – bijvoorbeeld: onder de dreiging van strafsancties die zouden worden opgelegd indien hij niet meewerkt - om een bekentenis af te leggen.  Afgedwongen verklaringen kunnen geen dienst doen om een strafrechtelijke veroordeling op te funderen.

 

Anders ligt het met de vraag van een sociaal inspecteur om stukken (bv. loonbrieven) over te maken. Het bestaan van deze stukken hangt niet af van de uitsluitende wil van de  werkgever. Ze bestaan onafhankelijk van zijn wil. De sociaal inspecteur kan deze stukken dan ook opvragen bij de werkgever zonder het nemo tenetur beginsel te schenden. De werkgever die weigert om de stukken te bezorgen, riskeert artikel 209 SSW te overtreden.

 

In een volgende bijdrage zullen we deze principes toepassen op de vraag van een sociaal inspecteur aan de werkgever om het wachtwoord tot een computerbestand mee te delen.

 

Spoiler alert: de rechtspraak is het hier (nog) niet over eens.

 

 

Steven Renette, advocaat – vennoot

Steven.renette@mploy.be

 

Stel uw vraag

 

En wij nemen zo snel mogelijk contact met u op