Kantoor Kempen

T+ 32 14 54 68 43

Kantoor Mechelen

T+ 32 15 69 02 18

Kantoor Hasselt

T+ 32 11 36 09 71

Vermeulen

Nieuwsbrief 2019-2

Het seminarie van 12 maart 2019 was alweer een succes. Noteer reeds de datum van het volgende Spitsuur HR: dinsdag 8 oktober 2019.

 

 

1. Nieuwe regels: het nieuwe Vlaamse woondecreet.

 

Hoe de woninghuurwetgeving met arbeidsrecht te maken kan hebben.

 

1.1  Vlaamse bevoegdheid

 

Tot voor kort waren de regels voor woninghuurcontracten een federale bevoegdheid en waren zij terug te vinden in de Woninghuurwet. Sinds de zesde staatshervorming zijn de gewesten bevoegd om regels te bepalen voor woninghuurovereenkomsten.

 

In het Vlaamse Gewest zijn deze regels terug te vinden in het Vlaamse Woninghuurdecreet (van 9 november 2018). Dat decreet is van toepassing op alle woninghuurcontracten die vanaf 1 januari 2019 worden gesloten voor een huurwoning gelegen in Vlaanderen. Dit decreet regelt o.a. de staat van het gehuurde goed, de duur van de huurovereenkomst, de opzegmogelijkheden, de overdracht van de huurovereenkomst, de onderverhuring, de indexatie en de eventuele herziening van de huurprijs.

 

Het Vlaamse Woninghuurdecreet voorziet specifieke regels voor alle huurcontracten voor een woning waar de huurder met toestemming van de verhuurder zijn hoofdverblijfplaats heeft. De huurder geniet dienaangaande vrij verregaande beschermingsmaatregelen tegenover de verhuurder.

 

 

1.2  Huren in de context van een arbeidsovereenkomst …

 

Het gebeurt geregeld dat een werkgever aan een werknemer een woning ter beschikking stelt. Dat kan gaan om een conciërgewoning, maar ook om een woning die de werknemer ter beschikking krijgt als onderdeel van zijn loonpakket. In dat geval is de bewoning gekoppeld aan het bestaan en de uitvoering van een arbeidsovereenkomst.

 

Noch de huurwetgeving, noch de arbeidsovereenkomsten­wet regelde wat het lot was van de bewoning indien de arbeidsovereenkomst een einde nam, al dan niet om een dringende reden. Enerzijds zou met kunnen voorhouden dat de bewoning een bijzaak is van de arbeidsovereenkomst, en dus het lot van de arbeidsovereenkomst volgt. Anderzijds zou men kunnen oordelen dat een dergelijke bewoning voldoet aan de definitie van woninghuur, zodat de werkgever die de werknemer uit het pand wil ontzetten, de procedures en spelregels van de woninghuurwetgeving moet volgen (zodat het bijzonder moeilijk kan zijn om de ontslagen werknemer op korte termijn uit het ter beschikking gestelde pand te krijgen).

 

 

1.3  … valt niet onder het woninghuurdecreet.

 

Wordt deze kwestie nu wel in het nieuwe woondecreet geregeld?

 

Artikel 5, § 3 van het Vlaams Woninghuurdecreet bepaalt thans uitdrukkelijk dat de regeling m.b.t. de woninghuur voor hoofdverblijfplaatsen niet van toepassing is als de overeenkomst op grond waarvan de woning aan de huurder wordt toegewezen, ondergeschikt is aan een hoofdovereenkomst, die betrekking heeft op de functie of de bedrijvigheid van de huurder.

 

De brochure van de Vlaamse overheid (Agentschap wonen Vlaanderen - www.woninghuur.vlaanderen) verwoordt het al volgt: “Als de huurovereenkomst voor de woning ondergeschikt is aan een huurovereenkomst rond de beroepsbezigheden van de huurder”, is de regeling m.b.t. de woninghuur van de hoofdverblijfplaats niet van toepassing. Die brochure geeft als voorbeeld “de conciërgewoning die de werkgever aan zijn werknemer verhuurt”, maar de formulering van het decreet laat er m.i. geen twijfel over bestaan dat dit ook in alle gevallen geldt wanneer de terbeschikkingstelling van een woning gekoppeld en ondergeschikt is aan de arbeidsovereenkomst, o.a. wanneer de bewoning een onderdeel uitmaakt van het loon. De huurovereenkomst valt in dat geval niet onder het Vlaams Woninghuurdecreet, zodat de bijzondere bescherming uit dat decreet niet geldt.

 

 

Dirk Heylen, advocaat-vennoot

Dirk.heylen@mploy.be

 

 

2. Rechtspraak: cash-betaling van het loon

 

Arbeidshof Antwerpen 15 januari 2019, niet gepubliceerd

 

Een dienster heeft 8 maanden gewerkt in een horecazaak en beweert nooit enig loon te hebben ontvangen. De werkgever beweert haar elke maand in de hand te hebben betaald maar kan geen kwitanties voorleggen. De werkneemster vordert achterstallig loon voor de 8 maanden werk. Het hof wijst die vordering af.

 

Arbeidshof Brussel 6 februari 2019, www.juridat.be

 

Een bediende heeft 10 maanden in een massagesalon gewerkt en beweert nooit enig loon te hebben ontvangen. De werkgever beweert haar elke maand in de hand te hebben betaald maar kan geen kwitanties voorleggen. Het hof veroordeelt de werkgever tot betaling van de gevorderde bedragen.

 

1. De feiten lopen in beide zaken in grote mate gelijk. De werkneemsters waren gedurende 8, resp. 10 maanden aan het werk. Zij ontvingen van de werkgever elke maand een loonbrief. De werkgever beweert het nettoloon vermeld op die loonbrief elke maand in de hand te hebben betaald maar de werkneemster heeft geen kwitanties ondertekend. Na afloop van die tewerkstelling beweren beide werkneemsters dat zij nooit enig loon hebben ontvangen.

 

2. Zij stappen naar de rechtbank. De dienster vordert voor de arbeidsrechtbank Turnhout achterstallig loon, de bediende vordert voor de Franstalige arbeidsrechtbank te Brussel de bedragen als schadevergoeding in natura van de schade veroorzaakt door het niet betalen van loon. Voor juristen, de eerste stelt een vordering ex contractu, de tweede een vordering ex delicto. De Turnhoutse rechter geeft de werkgever gelijk en wijst de vordering af, de Brusselse rechter veroordeelt de werkgever tot betaling van de gevorderde bedragen. In beide zaken wordt hoger beroep aangetekend.

 

3. Zowel het arbeidshof Antwerpen in de zaak van de dienster als het arbeidshof Brussel in de zaak van de schoonheidsspecialiste verwijst naar artikel 47bis Loonbeschermingswet. Dat bepaalt: "Het loon wordt beschouwd als niet uitbetaald wanneer zulks is gebeurd met overtreding van de bepalingen van de artikelen 4 tot 6, 11, tweede en derde lid, 13, 14, 16 en 17 en de besluiten genomen ter uitvoering van die bepalingen." Artikel 5, § 1, derde lid bepaalt dat de werknemer bij een betaling in de hand een kwitantie moet ondertekenen. (Zie ook onze nieuwsbrief 2017 - 4: sedert de feiten in beide besproken zaken is de wet immers gewijzigd en is betaling in contant geld in de regel niet meer toegelaten.)

 

Het arbeidshof Brussel oordeelt dat de bepaling van artikel 47bis een onweerlegbaar vermoeden in het leven roept: de werkgever die geen kwitantie heeft, mag niet op een andere manier bewijzen dat het loon betaald is. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van de gevorderde brutobedragen, als vergoeding in natura voor het niet betalen van het loon. Die brutobedragen moeten worden verhoogd met de verwijlintresten.

 

Het arbeidshof Antwerpen is een andere mening toegedaan. Met verwijzing naar "de rechtspraak" oordeelt het dat het vermoeden weerlegbaar is om vervolgens vast te stellen dat de werkgever aan de hand van getuigenverklaringen en vermoedens bewijst dat hij wel degelijk het loon betaald heeft.

 

4. Bij het lezen van met name het arrest van het arbeidshof Brussel rijzen enkele vragen.

 

- Voor het arbeidshof Brussel vorderde de werkneemster geen achterstallig loon maar een schadeherstel in natura wegens de niet-betaling van loon. Samen met het feit dat de aangehaalde feiten (“niet-betaling van loon”) wijzen op een misdrijf, geeft dat aan dat het voorwerp van de vordering neerkomt een schadeloosstelling is. Is een onweerlegbaar vermoeden dat het loon niet betaald is, zonder dat de werkgever nog enig tegenbewijs mag leveren, te verzoenen met het vermoeden van onschuld in het strafrecht?

 

- Datzelfde hof kent verwijlintresten toe op het brutobedrag, wat in strijd lijkt met de rechtspraak van het Hof van Cassatie. Artikel 10 Loonbeschermingswet bepaalt dat op loon automatisch intrest verschuldigd is vanaf de eisbaarheid en wel op het brutobedrag. Die bepaling is niet van toepassing op loonbedragen die als herstel in natura zijn toegekend (Cass. 22 januari 2007).

 

5. De slotsom is hoe dan ook dat een betaling van loon in de hand uit den boze is, zoals wij schreven in de nieuwsbrief 2017– 4: “Buiten de sectoren waar cash betaling nog toegestaan is, zal het loon als niet-betaald worden beschouwd als het niet werd overgeschreven, of er nu een kwitantie is ondertekend of niet. Het loon wordt beschouwd als niet uitbetaald wanneer het niet giraal werd betaald (artikel 47bis Loonbeschermingswet. Het is niet relevant of er een ondertekende kwitantie is of niet.” Voor alle duidelijkheid: in sommige gevallen is contante betaling nog toegelaten in de land- en tuinbouwsector en in de diamantsector. Ook in de transportsector mag het nog maar enkel voor de arab-vergoeding en sommige andere kosten en voor maximum 200 euro per maand.

 

 

Ludo Vermeulen, advocaat-vennoot

Ludo.vermeulen@mploy.be

 

 

 

 

Stel uw vraag

 

En wij nemen zo snel mogelijk contact met u op